Maatlat Duurzame Veehouderij 2026 - Katoele Subsidie Experts

Maatlat Duurzame Veehouderij 2026

De Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) is een certificatieschema voor duurzamere veestallen. In het certificatieschema staan duurzaamheidseisen voor een lagere milieubelasting. Veestallen die het MDV-certificaatbehalen, kunnen deelnemen aan de fiscale regelingen MIA en Vamil.  Vanuit de overheid worden voorwaarden gesteld om voor dit fiscale voordeel in aanmerking te komen. Deze voorwaarden voor 2026 worden op een aantal onderdelen aangepast.

Aanpassingen voorwaarden op hoofdlijnen

De volgende voorwaarden vervallen per 1 januari 2026:

  • Het maximaal aantal dieren dat in een MDV-stal gehouden wordt. Dit gold voor alle diercategorieën, met uitzondering van paarden, vleesrunderen, konijnen, eenden, kalkoenen, gespeende biggen en melkschapen.
  • De eis dat het aantal dieren neemt niet toe mag nemen ten opzichte van de bestaande situatie op het bedrijf. Dit gold voor pluimvee- en varkensstallen.
  • De eis dat nieuwbouw op nieuwe locatie alleen is toegestaan als het een verplaatsing betreft. Dit gold bij pluimvee- en varkensstallen.
  • De eis van grondgebondenheid bij melkveestallen. 

Nieuwe voorwaarden per 1 januari 2026:

In aanmerking komen een aantal huisvestingssystemen met bovenwettelijke milieuprestatie. Dit gaat gelden voor alle categorieën, met uitzondering van paarden, vleesrunderen, konijnen, eenden, kalkoenen, melkgeiten en melkschapen.

Deelname aan MDV is uitsluitend toegestaan indien in de MDV-stal een van de volgende ammoniakemissie reducerende systemen wordt toegepast:

  • Melkveestal met HA1.35 of HA1.38.
  • Vleeskalverstal met luchtwasser LW1.5, LW2.5, LW2.6, LW2.7, LW2.8, LW4.1, LW4.2, LW4.3, LW4.4, of LW4.6.
  • Varkensstal met luchtwasser LW1.5, LW2.5, LW2.6, LW2.7, LW2.8, LW4.1, LW4.2, LW4.3, LW4.4, of LW4.6. Of in gespeende biggenstal een schuine putwand ( HD1.6.1 of HD1.6.4), mestopvang HD1.8, of koeldeksysteem HD1.10. Of in vleesvarkensstal een schuine putwand HD5.9.1.2. Of in een kraamzeugenstal mestpannen HD2.13 of koeldeksysteem HD2.14.
  • In een stal met opfokleghennen een luchtwasser LW 2.5, LW 2.6 of LW 2.8.
  • In stallen met leghennen, ouderdieren van leghennen en (opfok) ouderdieren van vleeskuikens een luchtwasser LW 2.8.
  • In vleeskuikenstallen een luchtwasser LW 2.8, zwevende vloer met strooiseldroging HE 5.1, of etagesysteem met mestbandbeluchting HE 5.3.

Voor stallen met paarden, vleesrunderen, konijnen, eenden, kalkoenen, melkgeiten en melkschapen zijn geen voorwaarden aan het emissie reducerende systeem opgenomen bij gebruik van de fiscale regelingen.

Bron: Maatlat Duurzame Veehouderij